|
Het kleine |
| De avondzon valt over straten en pleinen De gouden zon zakt in de stad En mensen die moe in hun huizen verdwijnen Ze hebben de dag weer gehad De neonreclame die knipoogt langs ramen Het motregent zachtjes op straat De stad lijkt gestorven toch klinkt er Muziek uit een deur die nog ver open staat |
![]() |
|
|
|
||
|
Refrein: |
Daar
in dat kleine café aan de haven Daar zijn de mensen gelijk en tevree Daar in dat kleine café aan de haven Daar telt je geld of, wie je bent, niet meer mee
|
|
|
|
||
| De toog is van koper,toch ligt er geen loper De voetbalclub hangt aan de muur De trekkast die maakt meer lawaai dan de jukebox Een pilsje dat is d´r niet duur Een mens is daar mens, rijk of arm, ´t is daar warm Geen monsieur of madam maar w.c. Maar het glas is gespoeld in het helderste water Ja het is daar een heel goed café |
![]() |
|
![]() |
|
|
|
Refrein |
Daar
in dat kleine café aan de haven Daar zijn de mensen gelijk en tevree Daar in dat kleine café aan de haven Daar telt je geld of, wie je bent, niet meer mee |
|
|
De
wereldproblemen die zijn tussen twee glazen Bier opgelost voor altijd Op de rand van een bierviltje staat daar je rekening Of je staat in het krijt Het enige wat je aan eten kunt krijgen Dat is daar een hardgekookt ei De mensen die zijn daar gelukkig gewoon Ja de mensen die zijn daar nog blij.
|
![]() |
|
|
Refrein |
Daar
in dat kleine café aan de haven Daar zijn de mensen gelijk en tevree Daar in dat kleine café aan de haven Daar telt je geld of, wie je bent, niet meer mee
|
|